Liefde in tijden van dementie

Wind tegen is een verzameling van luchthartige observaties, grappige en verdrietige momenten over mantelzorgen. Informatief en troostrijk. ‘Na lezing van dit boek sloot ik de auteur en de door haar bezongen echtgenoot met haperend brein voorgoed in mijn hart. Wat taal en humor vermogen!’ Joke Linders

Wind tegen – liefde in tijden van dementie heeft 224 pagina’s, is een uitgave van Schaep14 en kost 19,99 ISBN 9789083176468

Impressie in beeld van de meer dan feestelijke, hartverwarmende presentatie van Wind tegen- liefde in tijden van depressie van Anne Bannink, zaterdag 2 december 2023.

Jaap Timmers over Wind tegen – liefde in tijden van dementie in het Haarlems Dagblad van 9 januari 2024:  Ultra korte stukjes die lezer dwars door de ziel snijden     De Overveense moest een weg vinden in een nieuwe werkelijkheid toen bij haar man dementie werd vastgesteld. Ze ging schrijven om ’een beetje grip te krijgen op de chaos waarin we langzaam maar zeker waren beland’. En ja, de woorden tuimelden over elkaar heen als ze niet kon slapen of een stukje fietste. Bannink liet de korte verhaaltjes aan familieleden lezen, opdat zij getuige konden zijn van een ’bizarre reis’. ’Wind tegen’, uitgegeven bij uitgeverij Schaep14 in Bloemendaal, is geen klaagzang vol sentiment, het bevat 285 korte verhalen en observaties. Mooi geschreven, met humor en verrassende vondsten, verdrietig en louterend. Eerst komen de twijfels en het wegwuiven, na de geheugentest knalt de harde waarheid binnen. Wanneer was de Watersnoodramp? Teken een klok. Haar man heeft geen idee. ’Er was geen ontkomen meer aan, het was goed mis.’ Medeklinkers ontgaan hem, waardoor ’Ik aai graag honden’ sterk lijkt op de mededeling ’Ik ga naar Londen’. De auteur realiseert zich de oorsprong van de misverstanden tussen de twee. Haar man, de stoere zeiler van weleer, laat het aan zijn zoon over om hun boot aan te leggen. Hij ziet overal gestalten in de duinen, in de slaapkamer en achter in de auto. Haar man heeft een vorm van dementie die gepaard gaat met hallucinaties. De ultrakorte verhaaltjes dringen door tot de kern. Ze mist het samen zwemmen in de Dokkumer Ee, plannen maken, samen lachen, een nacht doorslapen. Ze mist ’ons’. Nergens in de literatuur kom je weg met een paragraaf van alleen maar korte mededelingen. Behalve in de vorm die Anne Bannink heeft gekozen.’ ‘Wat ik mis? Onze grappen. Al die kleine dingetjes die ervoor zorgden dat ik iedere dag nog voor ik opstond al minstens één keer had gelachen.’ Hoofdstukjes bestaan hier en daar uit gesprekjes van een paar regels, zonder uitweiding. Ze zijn zo ontdaan van taalfranje dat ze de lezer dwars door de ziel snijden.’ Na een nacht van verwarring en paniek zegt hij opeens: ’Wat bloeit de prunus mooi.’ ’Hè’, roep ik opgelucht, ’wat heerlijk, je bent er weer. Je was zo in de war.’ ’Ik was hartstikke kierewiet’, zegt hij lachend. Vijf minuten laten loopt hij bijna in zijn onderbroek de straat op.’ Langzaam maar zeker leert de partner de kneepjes van de omgang. Niet corrigeren. ’Het is zaak mee te bewegen met de waan. Ik weet dat natuurlijk, maar je hebt jezelf helaas niet altijd in de hand, zeker niet om drie uur ’s nachts. Gelukkig leer ik van mijn fouten.’ En dan die peilloos diepe bureaucratie in ons land, waar mantelzorgers knettergek van worden. Figuren die zeggen dat er geen plek is in een verpleeghuis, of – in weerwil van eerdere afspraken – claimen dat hun partner er niet aan toe is, en dat dagbesteding in de wijk volstaat. ’Ik probeer kalm te blijven’. Anne Bannink kwam in haar poesiealbum een gedichtje van haar moeder tegen. ’Word een flinke, grote meid/ die in bange uren/ altijd fiks in een appel bijt,/ ook al is het nog zo’n zure.’ Dan volgt het droge commentaar van de schrijver: ’Goed advies. Hap.